De docent maakt er een een gewoonte van een flink stuk van de vorige lezing te hernemen. Geheugen wordt gevoed door herhaling maar af en toe vind ik dat een beetje saai. Natuurlijk word ik een vijftal seconden later afgestraft door een inzicht of een begrip dat ik eindelijk ten volle begrijp.
Samengevat zet de Franse revoltutie, het kapitaal neemt de vooraanstaande rol van de afkomst over, de industriële revolutie, nieuwe technologieën zorgen voor ongekende mogelijkheden, en de Amerikaanse revolutie, met zijn typische stedenbouw, een zoektocht naar een nieuwe architectuur in gang.
De dia's volgen elkaar op terwijl de Arts&Crafts Movement, de Art Nouveau, de Jugendstill, de Wiener Secession de revue passeren. Ik zie veel beelden die ik al ken en herkenning is altijd goed voor het ego. Toch ben ik lichtjes teleurgesteld bij de gedachte dat er een einde gekomen is aan de geschiedkundige kadering.
Mijn hoofd maakt een onverwachte zijsprong als ik me bedenk dat de man vooraan best wel goed gebouwd is. Even probeer ik me hem naakt voor te stellen en met een denkbeeldige blos op mijn wangen verplicht ik mezelf verder te noteren wat er over het Huis Stoclet wordt verteld. Als even later een beeld van in de Reichstag geprojecteerd wordt op het scherm verslik ik me haast in de frisdrank die ik uit de cafetaria meesmokkelde. Als inleiding op de naakte, blote archtectuur van een Weense architectuur Loos kan dat tellen.
Bekomen van al die agitatie en blij met de nieuwe achtergrondgevende wending van de les realiseer ik me dat wat ik eens als baanbrekend beschouwde, de moderne architectuur, in werkelijkheid niet meer is dan een resultaat van een lange ondergrondse evolutie.
zondag 22 november 2009
Woorden en Architectuur (4)
op 22:17 0 reacties
vrijdag 20 november 2009
I'm a tumbleweed
Na een lange werkdag nog naar de Ardennen vertrekken, veel zin heb ik er niet in. Ik heb nog snel een appartement bezocht(nummer 7) zodat ik de blok waarin het zich bevindt ook van de lijst kan schrappen en om half negen ben ik eindelijk gepakt en gezakt. Als laatste koop ik mijn schuldgevoel af met duur katteneten dat ik overvloedig in B's schaaltje kieper en vertrek net voor negenen.
Met een zwaai wil ik vanop de Singel de E19 oprijden om onmiddellijk vol op de rem te gaan staan. De tunnel is gesloten voor werken vanaf negen uur. Ik vloek luid en maak rechtsomkeer. Na wat zoeken in mijn geheugen vind ik een alternatieve route via Wilrijk maar die is niet voorzien op veel verkeer en ik moet aanschuiven. Ik sms 'Kraaibek toe, moet omrijden, ETA 23.15h, mag ik dan nog binnen?' naar de Walen en hoop stilletjes op een nee zodat ik terug naar huis kan.
Ik ben behoorlijk slecht gezind en zap wat door 'No line on the Horizon'. Ter hoogte van Vilvoorde overvalt me een zekere moeheid en weerom vraag ik me af waar ik aan begin. Een moeilijke vergadering maalt door mijn hoofd, de appartementenzoektocht vormt een eindeloze aaneenschakeling van positieve en negatieve moraal en dat eist een beetje zijn tol, ik ben bang in regenweer (ik maakte met mijn eerste autootje, een koekendoosje, een heuse aquaplanning en daar ben ik nooit echt over geraakt) en ik ben boos omdat ik als enige weer alleen naar ginder moet rijden. Op de ring haal ik U2 uit de speler en duw Kings of Leon erin. Het helpt maar een beetje tot ik er genoeg van heb, van de slechte bui in mijn hoofd. Ik heb een geweldig wagentje onder mijn gat en een heel gevarieerd traject voor de boeg, hét uitgelezen moment om er helemaal voor te gaan. Ik klop even op mijn stuur en zing luid mee met de muziek.
Ergens voorbij het vierarmenkruispunt merk ik dat ik met een felle rode Seat haasje-over speel. Hij houdt zich aan een bepaalde snelheid en omdat ik de neiging heb over de mijn toegestane limiet te gaan besluit ik hem te volgen. Hij blijkt een zeer actieve rijder te zijn en ik moet glimlachen om zijn volharding steeds op de meest rechtse rijstrook te rijden. Met onze snelheid wil dat zeggen heel vaak veranderen van vak en niet alle slalombeweging volg ik mee. Ondanks dat we in het donker samen over de autostrade glijden legt hij wat meer nervositeit aan de dag. Vrachtwagens benadert hij gevaarlijk dicht alvorens uit te wijken terwijl ik veel langer op voorhand rustig pink en me naar links begeef. Zo vorm ik als het ware een buffer voor achterkomend verkeer zodat hij steeds weer zijn laattijdig manoeuver naar links zonder problemen kan uitvoeren.
Het is niet voor het eerst dat ik me verbaas over die kortstondige samenhorigheid die je met een vreemde kan voelen bij het rijden van een lang traject. Ik heb er ook geen idee van of mijn voorligger er zich van bewust is, al laat ik mezelf graag in die waan. David Gray zit in de speler en ik voel de stress en spanning uit mijn lichaam verdwijnen.
Aan afrit 23 trek ik impulsief even met mijn grote lichten voor ik de snelweg verlaat. Zou hij me missen? Vanaf Beauraing moet ik mijn hoofd er bij houden. De weg naar Baillamont is me niet onbekend maar de laatste keer was toch zo'n 7 jaar geleden. Koppig als ik ben had ik elke hulp van een gps, een kaart of mijn vader geweigerd. Het is een bochtige route die ik volg en ik ontdek in mijn dashboard een nieuwe mogelijkheid om mijn grote lichten te doen branden. Het mooie Kathleen klinkt in de auto en ik geniet van het alleen-op-de-wereld-gevoel.
Stipt om elf uur kom ik aan en vind een slaperig gezelschap rond de warme kachel.
op 21:02 0 reacties
dinsdag 17 november 2009
Woorden en Architectuur (3)
Het woord absoluut krijgt een nieuwe eerste connotatie voor me. Tot nu toe linkte ik het meestal aan ongetwijfeld. Maar nu leer ik dat het toevoegsel 'isme' wijst op een absoluut opleggen van de ideologie, overal geldend, ontegensprekelijk en niet vatbaar voor discussie. Het verschil lijkt niet groot maar in mijn hoofd is 'absoluut' verschoven.
Er wordt flink wat met woorden gespeeld, losstaand van hun betekenis voor architectuur. Zo is een voorwaarde een waarde die voor alles komt, een waarde die niet in vraag gesteld wordt, die de basis vormt van een denkproces en Kunst de overtreffende trap van het werkwoord kunnen.
Alleen met pragmatisch heb ik nog problemen. Ik heb het al opgezocht maar het wil zich maar niet nestelen in mijn hoofd, ik vind maar geen gevoel dat ik ermee kan oproepen.
Een nieuwe uitdrukking sluipt binnen. Doorheen de lessenreeks zal ik ze nog vaak horen. De Poëtica van de Architectuur, een samengaan van vorm, inhoud en functie die wérkt. Er blijkt een heel boek over te gaan die prompt op mijn verlanglijstje komt te staan.
We eindigen met Sullivan's Form Follows Function.
Ik ben blij met mijn gewoonte altijd en overal nota's te nemen. Het is een hele hoop bij elkaar en tijdens een woensdagavond na een volle dag werken staat het opneemvermogen soms wat laag. Het uitwerken van deze stukjes doet me alles nog maar eens overdenken. Repetition is the Father of Knowledge.
op 19:59 1 reacties
vrijdag 13 november 2009
Cars and Girls
A lot of people go through life doing things badly. Racing’s important to men who do it well. When you’re racing, it... it’s life. Anything that happens before or after... is just waiting.
'Een oude Porsche!', gil ik en terwijl ik op en neer spring wijs ik hem met een wijds gebaar na. We zijn in de Ardennen aan het wandelen en op de weg langs de helling zag ik de gele Porsche 911S. 'Dat is dezelfde als degene waarmee Steve McQueen reed in Le Mans.', vervolg ik wat rustiger. Met vader bekent de film niet te hebben gezien en beseft uit zichzelf dat dat een gat in zijn autocultuur is. Als even later ook een MG voorbij rijdt verklaar ik uiterst zeker van mezelf dat er een old-timers rally aan de gang is. De enige van de familie met wat optimisme in het bloed ben ik dus word ik maar wat weggelachen. Maar wraak is zoet en ik geniet als we een kwartiertje later uit de weg moeten stappen voor niet minder dan drie oude wagens. Een Simca, een Fiat en een Austin Healey. Die laatste is volgens mijn vader de wagen van een échte man. Met intervallen van vijf minuten blijven ze komen en we maken er een rondje raden van. Ik win ruimschoots van mijn broer maar hij heeft wél zijn fototoestel bij en maakt zo een paar heel mooie beelden.
In Oisy aangekomen blijkt dat onze wandeling vanaf daar een ander traject volgt en we blijven wat staan dralen in een mooie maar winderige bocht. De meeste bestuurders vinden de toejuiching langs de baan wel fijn en wuiven hartelijk terug, ééntje haalt zelfs bijna zijn bocht niet omdat hij zijn hand daarbij te lang van het stuur haalt. Enkel de pipo met de Mark II (voor de liefhebbers, de jaguar van Morse)vindt zichzelf daarvoor te goed. De kinderen krijgen koud en de schoonfamilie blijft niet enthousiast. Ik probeer nog wat tijd te rekken door elke keer weer voor nog ééntje te smeken maar het weer zit niet zo heel erg mee. Bijna de bocht om horen we nog iets aankomen. Mijn broer holt terug naar zijn fotografeerplaats om daar te merken dat hij terugspurtte voor een witte Citroen Saxo van hooguit een jaar oud. Lachend zetten we onze weg verder.
'Ik ben toch maar een rare vrouw.' , bedenk ik me luidop. 'Dat weten we al langer,' lacht mijn schoonzus, ' maar waarom juist nu?' 'Omdat ik zo goedgezind kan worden van een onverwachte stoet oude auto's.
op 21:54 0 reacties
zondag 1 november 2009
Impressies van een tweedaagse
1.
Ik parkeer me voor de garage van de buren en met een snelle klop op de centrale knop van mijn dubbele pinkers stap ik uit en loop rond de MINI om aan te bellen. Niet nodig want de deur zwaait al open. Het is wat meten en passen want veel bagage kan die gadgetauto van mij niet stouwen. Even lijkt het er op dat ik I. niet mee krijg. Haar man heeft me een tijdje geleden richting Mechelen zien rijden op de autosnelweg en hij vindt mijn rijstijl behoorlijk agressief. Meer dan het uitgestoken tipje van mijn tong krijgt hij niet ter verdediging.
Met de tomtom op I. haar schoot rijden we de stad uit, de ring op en daar worden we prompt bijna door een vrachtwagen geplet. Het is door de alertheid van een achterliggende wagen dat we geen blijvende schade oplopen en onze weg kunnen verder zetten. Eens in Nederland veranderen we, nadat ik ontdekte dat I. haar rechts aan mijn linkerkant ligt, vlot van wegnummers en voor we het weten en nog niet eens met een tiende van onze gespreksstof behandeld hebben, staan we in Rotterdam voor de deur van het ART Hotel.
2.
Het winteruur nog niet helemaal gewoon hebben we ons laten overvallen door de invallende avond. We maken onze geplande wandeling rond de Kop van Zuid in de averechtse richting in het mooie licht van de schemer. We kunnen de beschrijving niet volgen maar dat kan ons niet schelen, het draagt bij aan de speciale sfeer. Ik vertel over de cursus Moderne Architectuur die ik aan het volgen ben en we verwonderen ons over de plaatselijke wooncultuur die zo veel verschilt van de onze. De nieuwe woontoren in opbouw wordt gezet door een Nederlandse vestiging van een grote Belgische aannemer en een studiegenoot van me is er projectleider. Ik ken hem als een rustig bescheiden man maar merk nu pas hoe weinig hij, in tegenstelling tot sommige anderen, bij onze laatste ontmoeting uitpakte met zijn werkbezigheden.
3.
Dienster: Wil u al graag iets om te drinken?
I.: Kir, graag.
D.: Kier??
I.: ...
D.: We hebben rode Port.
I.: Rode Port is goed.
D.: En u?
A.: Pineau?
D.: ???
A.: Cava? Spaanse schuimwijn.
D.: Schuiiimm???
A.: Rode Port, dan maar.
Ik geniet nog na wanneer ik onaandachtzaam kipfilet met satésaus bestel. Dat blijkt tot mijn ontzetting pindasaus te zijn maar eens ik mijn weerzin overwonnen heb valt het best nog mee. Al is het niet voor herhaling vatbaar.
We hebben het over de zin en onzin van spermabanken, datingsites en hoe je als koppel twee families bij elkaar brengt die vaak niet vrijwillig zouden samenkomen.
4.
De Bongobon 'Cultuurweekend' die mijn werkgevers me afgelopen Kerst cadeau deden bevat ook een gratis toegang tot de Kunsthal. De eerste tentoonstelling maakt me wat neerslachtig en de Hopper exhibitie valt me in eerste instantie wat tegen tot ik bij het werk van zijn tijdsgenoten beelden van Stieglitz en Steichen ontdek. Het is de enige keer dit weekend dat ik mijn enthousiasme niet kan delen.
5.
Ik sta al minstens tien minuten lang met veel overgave over Huis Sonneveld te vertellen als ik merk, tot onze grote hilariteit, dat we voor de verkeerde woning staan.
6.
In de voormiddag had ik geklaagd over het gebrek aan knappe mannen in Rotterdam. I. vertelde me toen eigenwijs dat ze die niet meer maken, zo knap als haar man bestonden ze niet meer.
Bij onze lunch in Parkzicht, er is me beloofd dat we strakjes bij het doorgaan zes van de Thonetstoelen zullen stelen, eet ik met smaak van mijn Tosti als I. me toefluistert dat de man aan het tafeltje naast ons wél heel erg aantrekkelijk is. Al geeft ze iets later toe dat wat hij zijn dochter vertelt - alle mannen zijn smeerlappen en zoeken allemaal een moeilijke vrouw ook al zeggen ze van niet- niet echt pedagogisch verantwoord is.
7.
Ik vind dan weer de man van mijn leven in de tentoonstelling in het fotomuseum. We zijn het eens over de onbereikbaarheid van een man zoals Capa, en dat heeft nog niet eens iets te maken met het feit dat hij in 1954 door een landmijn werd gedood. Zijn beelden getuigen van een periode in de fotografiegeschiedenis die ondanks zijn grote waarde niet meer is dan wat het is, geschiedenis. De andere invalshoek van zijn partner Gerda Taro maakt dat misschien zelfs duidelijker. Ik sta in de bookshop met de cataloog van haar werk in mijn handen maar laat hem door de drukte en de warmte om me heen hem terug op de stapel vallen. Minder dan een vijftal minuten later, in de metro, heb ik daar al spijt van.
8.
Ik rij de MINI uit de garage van het hotel en merkt bij het starten op de helling dat hij een soort beveiligingssysteem heeft waardoor ik , bij het loslaten van de handrem, niet achteruit bol. Ik vind dat zo geweldig tot I. droogweg zegt dat het typisch een auto is voor mensen die niet kunnen rijden. Ze komt haast niet meer bij van de hoeveelheid giftigheid in mijn blik. Even later legt ze met een eenvoudige handbeweging de rammel in mijn dashbord die me al een maand ergert, definitief het zwijgen op. Ik vergeef haar alle onwetendheid.
9.
In Antwerpen zet ik haar af bij de buren die een feestje hebben en waar haar man met de drie dochters al aan het raam staan te waaien.
10.
Ik rij de Singel op met U2 in de speler, Get on Your (Sexy) Boots (met dank aan Koebus voor deze geweldige MINI-muziektip!) en denk er net op tijd aan om van zesde naar vierde terug te schakelen aan de flitspaal van Berchem.
Thuis geniet ik met een luid knorrende kat op mijn schoot van de stilte.
op 13:32 3 reacties
woensdag 28 oktober 2009
Kinky en Smokey Grey
Mijn schoonzus en ik zitten over de verkoper aan zijn bureau. We hebben net de hele zaak van badkamermeubels met toebehoren rondgekeken en bekritiseerd. De klassieke inrichting liepen we woordeloos voorbij, bij de rustieke wc’s riepen we samen ‘Iiieuw!’ en de glazen douchewand in ‘smoke grey’ vonden we allebei veel te seventies. Alleen over het grote hoekbad verschilden we van mening. In de zijwand had het een glazen raampje en dat vond mijn schoonzus wel leuk, om de kinderen in bad te zien spelen. Samen met de bodemverlichting zag het er voor mij maar kinky uit, het verkeerde soort kinky wel te verstaan.
Ondertussen is de verkoper de dingen die we wél mooi vinden in het lege plattegrondje dat we meebrachten aan het intekenen. Ik wijs mijn schoonzus op de schaallat die hij daarvoor gebruikt en vertel haar dat ik een metalen versie ervan reuzeleuk zou vinden als Kerstcadeau. Ze draait onbegrijpelijk met haar ogen en wordt weer maar eens bevestigd in haar idee dat je me soms maar wat moet laten kletsen. De man ontwerpt moeiteloos een fijne badkamer en praat, wegens gebrek aan ruimte, op een rustige, onopvallende en bijzonder vakkundige manier de inloopdouche uit V. haar hoofd. Bij het binnenkomen hadden we lachend afgesproken dat we snel over V. haar man zouden beginnen, dit om te vermijden dat men op andere gedachten zou komen bij het zien van twee vrouwen. Bij mijn enthousiaste reactie over de schuifdeur in de douche geef ik blijk van toch wel heel veel kennis van zaken als het over het spatgedrag van V. haar man gaat zodat ik me maar haast met te vertellen dat hij mijn broer is.
Een collega-verkoper komt papieren halen voor het bad dat afgehaald wordt. Onze man draagt haar op om eerst te laten betalen en geen briefjes van 500 of 200 te aanvaarden. V. en ik kijken elkaar met opgetrokken ogen aan. Even later merken we dat het kinky bad zomaar uit de toonzaalbadkamer getrokken wordt door drie luidruchtige zigeunerfiguren. We proberen niet te kijken maar als we even later de zaal terug inlopen om te verifiëren welke spiegelkast we het tofste vinden kan ik het toch niet laten ze even te observeren. Prompt komt de oudste dame naar me toe en vraagt me een deken. Met mijn handen in de lucht maak ik duidelijk dat ik ‘niet van de winkel ben’ en als we terug aan het bureau komen horen we het alarm afgaan. Niet veel later schuift het bad voorbij en betaalt de oude dame in briefjes van 50 euro een rekening van minstens 4000 euro. Geen krimp geeft onze verkoper en maakt ons blij met een offerte die een pak lager ligt dan het budget.
De tegels zijn niet inbegrepen.
op 18:39 1 reacties
donderdag 22 oktober 2009
Toeval?
Door mijn doktersafspraak om tien voor acht ben ik uitzonderlijk vroeg op mijn werk. Voor de tweede maal in 2 maanden heb ik mijn oren laten uitspuiten wat me de titel van 'meest productieve patiënt' opleverde. Ik besmeer in de keuken het laatste stuk chocoladecake dat ik in mijn haast van thuis mee grabbelde, met choco terwijl ik aan mijn collega vertel hoe een smalle gehoorgang en veel oorsmeer een familietrekje is. En dan valt het me te binnen. Dat trekje treft, net als de chocoladeverslaving, enkel mijn vader, mijn neefje en mezelf. Toeval?
op 09:34 0 reacties