zondag 1 november 2009

Impressies van een tweedaagse

1.
Ik parkeer me voor de garage van de buren en met een snelle klop op de centrale knop van mijn dubbele pinkers stap ik uit en loop rond de MINI om aan te bellen. Niet nodig want de deur zwaait al open. Het is wat meten en passen want veel bagage kan die gadgetauto van mij niet stouwen. Even lijkt het er op dat ik I. niet mee krijg. Haar man heeft me een tijdje geleden richting Mechelen zien rijden op de autosnelweg en hij vindt mijn rijstijl behoorlijk agressief. Meer dan het uitgestoken tipje van mijn tong krijgt hij niet ter verdediging.
Met de tomtom op I. haar schoot rijden we de stad uit, de ring op en daar worden we prompt bijna door een vrachtwagen geplet. Het is door de alertheid van een achterliggende wagen dat we geen blijvende schade oplopen en onze weg kunnen verder zetten. Eens in Nederland veranderen we, nadat ik ontdekte dat I. haar rechts aan mijn linkerkant ligt, vlot van wegnummers en voor we het weten en nog niet eens met een tiende van onze gespreksstof behandeld hebben, staan we in Rotterdam voor de deur van het ART Hotel.

2.
Het winteruur nog niet helemaal gewoon hebben we ons laten overvallen door de invallende avond. We maken onze geplande wandeling rond de Kop van Zuid in de averechtse richting in het mooie licht van de schemer. We kunnen de beschrijving niet volgen maar dat kan ons niet schelen, het draagt bij aan de speciale sfeer. Ik vertel over de cursus Moderne Architectuur die ik aan het volgen ben en we verwonderen ons over de plaatselijke wooncultuur die zo veel verschilt van de onze. De nieuwe woontoren in opbouw wordt gezet door een Nederlandse vestiging van een grote Belgische aannemer en een studiegenoot van me is er projectleider. Ik ken hem als een rustig bescheiden man maar merk nu pas hoe weinig hij, in tegenstelling tot sommige anderen, bij onze laatste ontmoeting uitpakte met zijn werkbezigheden.

3.
Dienster: Wil u al graag iets om te drinken?
I.: Kir, graag.
D.: Kier??
I.: ...
D.: We hebben rode Port.
I.: Rode Port is goed.
D.: En u?
A.: Pineau?
D.: ???
A.: Cava? Spaanse schuimwijn.
D.: Schuiiimm???
A.: Rode Port, dan maar.
Ik geniet nog na wanneer ik onaandachtzaam kipfilet met satésaus bestel. Dat blijkt tot mijn ontzetting pindasaus te zijn maar eens ik mijn weerzin overwonnen heb valt het best nog mee. Al is het niet voor herhaling vatbaar.
We hebben het over de zin en onzin van spermabanken, datingsites en hoe je als koppel twee families bij elkaar brengt die vaak niet vrijwillig zouden samenkomen.

4.
De Bongobon 'Cultuurweekend' die mijn werkgevers me afgelopen Kerst cadeau deden bevat ook een gratis toegang tot de Kunsthal. De eerste tentoonstelling maakt me wat neerslachtig en de Hopper exhibitie valt me in eerste instantie wat tegen tot ik bij het werk van zijn tijdsgenoten beelden van Stieglitz en Steichen ontdek. Het is de enige keer dit weekend dat ik mijn enthousiasme niet kan delen.

5.
Ik sta al minstens tien minuten lang met veel overgave over Huis Sonneveld te vertellen als ik merk, tot onze grote hilariteit, dat we voor de verkeerde woning staan.

6.
In de voormiddag had ik geklaagd over het gebrek aan knappe mannen in Rotterdam. I. vertelde me toen eigenwijs dat ze die niet meer maken, zo knap als haar man bestonden ze niet meer.
Bij onze lunch in Parkzicht, er is me beloofd dat we strakjes bij het doorgaan zes van de Thonetstoelen zullen stelen, eet ik met smaak van mijn Tosti als I. me toefluistert dat de man aan het tafeltje naast ons wél heel erg aantrekkelijk is. Al geeft ze iets later toe dat wat hij zijn dochter vertelt - alle mannen zijn smeerlappen en zoeken allemaal een moeilijke vrouw ook al zeggen ze van niet- niet echt pedagogisch verantwoord is.

7.
Ik vind dan weer de man van mijn leven in de tentoonstelling in het fotomuseum. We zijn het eens over de onbereikbaarheid van een man zoals Capa, en dat heeft nog niet eens iets te maken met het feit dat hij in 1954 door een landmijn werd gedood. Zijn beelden getuigen van een periode in de fotografiegeschiedenis die ondanks zijn grote waarde niet meer is dan wat het is, geschiedenis. De andere invalshoek van zijn partner Gerda Taro maakt dat misschien zelfs duidelijker. Ik sta in de bookshop met de cataloog van haar werk in mijn handen maar laat hem door de drukte en de warmte om me heen hem terug op de stapel vallen. Minder dan een vijftal minuten later, in de metro, heb ik daar al spijt van.

8.
Ik rij de MINI uit de garage van het hotel en merkt bij het starten op de helling dat hij een soort beveiligingssysteem heeft waardoor ik , bij het loslaten van de handrem, niet achteruit bol. Ik vind dat zo geweldig tot I. droogweg zegt dat het typisch een auto is voor mensen die niet kunnen rijden. Ze komt haast niet meer bij van de hoeveelheid giftigheid in mijn blik. Even later legt ze met een eenvoudige handbeweging de rammel in mijn dashbord die me al een maand ergert, definitief het zwijgen op. Ik vergeef haar alle onwetendheid.

9.
In Antwerpen zet ik haar af bij de buren die een feestje hebben en waar haar man met de drie dochters al aan het raam staan te waaien.

10.
Ik rij de Singel op met U2 in de speler, Get on Your (Sexy) Boots (met dank aan Koebus voor deze geweldige MINI-muziektip!) en denk er net op tijd aan om van zesde naar vierde terug te schakelen aan de flitspaal van Berchem.
Thuis geniet ik met een luid knorrende kat op mijn schoot van de stilte.

woensdag 28 oktober 2009

Kinky en Smokey Grey

Mijn schoonzus en ik zitten over de verkoper aan zijn bureau. We hebben net de hele zaak van badkamermeubels met toebehoren rondgekeken en bekritiseerd. De klassieke inrichting liepen we woordeloos voorbij, bij de rustieke wc’s riepen we samen ‘Iiieuw!’ en de glazen douchewand in ‘smoke grey’ vonden we allebei veel te seventies. Alleen over het grote hoekbad verschilden we van mening. In de zijwand had het een glazen raampje en dat vond mijn schoonzus wel leuk, om de kinderen in bad te zien spelen. Samen met de bodemverlichting zag het er voor mij maar kinky uit, het verkeerde soort kinky wel te verstaan.
Ondertussen is de verkoper de dingen die we wél mooi vinden in het lege plattegrondje dat we meebrachten aan het intekenen. Ik wijs mijn schoonzus op de schaallat die hij daarvoor gebruikt en vertel haar dat ik een metalen versie ervan reuzeleuk zou vinden als Kerstcadeau. Ze draait onbegrijpelijk met haar ogen en wordt weer maar eens bevestigd in haar idee dat je me soms maar wat moet laten kletsen. De man ontwerpt moeiteloos een fijne badkamer en praat, wegens gebrek aan ruimte, op een rustige, onopvallende en bijzonder vakkundige manier de inloopdouche uit V. haar hoofd. Bij het binnenkomen hadden we lachend afgesproken dat we snel over V. haar man zouden beginnen, dit om te vermijden dat men op andere gedachten zou komen bij het zien van twee vrouwen. Bij mijn enthousiaste reactie over de schuifdeur in de douche geef ik blijk van toch wel heel veel kennis van zaken als het over het spatgedrag van V. haar man gaat zodat ik me maar haast met te vertellen dat hij mijn broer is.
Een collega-verkoper komt papieren halen voor het bad dat afgehaald wordt. Onze man draagt haar op om eerst te laten betalen en geen briefjes van 500 of 200 te aanvaarden. V. en ik kijken elkaar met opgetrokken ogen aan. Even later merken we dat het kinky bad zomaar uit de toonzaalbadkamer getrokken wordt door drie luidruchtige zigeunerfiguren. We proberen niet te kijken maar als we even later de zaal terug inlopen om te verifiëren welke spiegelkast we het tofste vinden kan ik het toch niet laten ze even te observeren. Prompt komt de oudste dame naar me toe en vraagt me een deken. Met mijn handen in de lucht maak ik duidelijk dat ik ‘niet van de winkel ben’ en als we terug aan het bureau komen horen we het alarm afgaan. Niet veel later schuift het bad voorbij en betaalt de oude dame in briefjes van 50 euro een rekening van minstens 4000 euro. Geen krimp geeft onze verkoper en maakt ons blij met een offerte die een pak lager ligt dan het budget.
De tegels zijn niet inbegrepen.

donderdag 22 oktober 2009

Toeval?

Door mijn doktersafspraak om tien voor acht ben ik uitzonderlijk vroeg op mijn werk. Voor de tweede maal in 2 maanden heb ik mijn oren laten uitspuiten wat me de titel van 'meest productieve patiënt' opleverde. Ik besmeer in de keuken het laatste stuk chocoladecake dat ik in mijn haast van thuis mee grabbelde, met choco terwijl ik aan mijn collega vertel hoe een smalle gehoorgang en veel oorsmeer een familietrekje is. En dan valt het me te binnen. Dat trekje treft, net als de chocoladeverslaving, enkel mijn vader, mijn neefje en mezelf. Toeval?

vrijdag 16 oktober 2009

Woorden en Architectuur (2)

Het is een saai en zeurderig publiek. Door een misverstand bij de organisatie heeft men ons deze keer in een piekklein zaaltje gezet dat enkel door een glazen wand van de cafetaria is gescheiden waardoor men zich dierentuinsgewijs bekenen voelt. Daarenboven is de docent voor de tweede keer op rij een half uur te laat. Men mort om het gebrek aan respect en voelt zich duidelijk tekort gedaan. Dat de arme man door een onverlaat die in de Kennedytunnel dwars was gaan staan, tussen Gent en Antwerpen twee uur in de file had gestaan, pleit hem zelfs niet vrij.
Het is een arrogant publiek. Een kwartier in de herhaling over Modern denken wordt er onderbroken. Een betweter vindt het nodig de klassieke, van elke nuancering verstoken uitspraak te laten horen dat niets in de huidige architectuur nog modern, ofte origineel is. 'Iedereen pikt van iedereen.', volgt er nog giftig op. De man in kwestie zit vanaf dat moment in mijn hoofd als 'het venijnige mannetje'.
Het is een verloren publiek dat opgelucht zucht bij het zien van de eerste projectie van wat we kennen als Moderne Architectuur, het Mies van der Rohe Palviljoen in Barcelona. Jammer voor hen want het blijft voor de rest van de lezing bij dat ene herkenbare beeld.
Omdat de docent lijkt aan te voelen dat zijn aanhoorders nog niet helemaal mee zijn heeft hij een analogie met de schilderkunst voorbereidt. Ze is naar mijn smaak wat te lang maar ergens verduidelijkt het toch wel wat. Ik hou er vooral de gedachte aan over dat men vaak pas achteraf, bij het terugkijken, de scharnierpunten kan zien. Als voorbeeld krijgen we Cezanne die, naar verluidt (ik ben geen schilderkunstkenner) baanbrekend werk leverde terwijl men destijds vooral dacht dat hij niet kon schilderen. Het hoongelach op de achterste rij komt me zo pretentieus over dat ik ter plekke de basis van dit stukje:'Het is een arrogant publiek.' verzin.

donderdag 15 oktober 2009

Voorstel tot nieuw wetsvoorstel

Een ieder die een nieuwe wagen krijgt na tien jaar met het vorige exemplaar te hebben gereden krijgt een vrijstelling van de eerste snelheidsboete.
Voor elke van de volgende redenen krijgt men een extra vrijpleiting :
- de betreffende wagen heeft daarbij ook nog een veel zachtere en krachtigere motor;
- het beestje heeft voorouders die in de racewereld hoge toppen hebben geschoren;
- de nieuwe bestuurster kan haar geluk niet op en is na drie maanden nog steeds dolgelukkig.

Vanzelfsprekend gelden deze bovenvermelde ontheffingen enkel in situaties waarbij er geen gevaar gevormd wordt voor kinderen en katten.

donderdag 8 oktober 2009

Woorden en Architectuur (1)

Een cursusreeks over Moderne Architectuur volgen met de bedoeling bij te leren over architectuurfotografie, het lijkt niet de meest logische redenering maar daar ben ik in mijn vrije tijd ook niet voor bekend. Tijdens de eerste jaren dat ik in Antwerpen woonde volgde ik een aantal reeksen bij de organisatie maar destijds haakte ik af wegens te encyclopedisch. Net die opeenvolging van geprojecteerde beelden met puntsgewijze verklaringen zocht ik nu op in de hoop ideeën te krijgen voor die andere hobby van me.
Ik heb niet meer dan één kwartier van de inleidende les nodig om te merken dat ik niet alleen behoorlijk bedrogen in mijn verwachtingen uitkom maar ook dat ik daar heel enthousiast over ben. 'Woorden en Architectuur', als titel kan je niet beter kiezen als je een Bewegende Bouwkunde' wil bekoren. Het klassiek en modern wereldbeeld, hand, tand en alle zijn andere pedagogische capaciteiten wendt de man aan om een ruim gevoelsmatig kader te schetsen waarin het vormen én, belangrijker nog, formuleren van een mening zo veel eenvoudiger zal zijn. Er wordt stevig geprutteld in het publiek. Een afgemeten periode wil men weten, beelden wil men zien, namen moet men horen, een uitgeschreven cursus heeft men nodig. Maar hij is eigenzinnig, de docent, en vriendelijk doch kordaat wordt er om geduld gevraagd.
Na afloop loop ik vol van woorden en verwoordingen naar buiten en pas thuis bedenk ik me dat er niet één audiovisueel beeld getoond werd.

zaterdag 26 september 2009

Te veel, te samen

Het was eind april en het weer liet de laatste van zijn grillen tonen. Ik had mijn gezelschap in het warme appartement achtergelaten en zat langs de waterlijn. Het waren verwarde tijden en ik zocht rust in de opkomende golven. Zo'n twintig meter in de zee vormden ze hun ruwe geweldige schuimkoppen en ik had het gevoel dat ik net daar in het water stond waar ze met rollende kracht alles met zich mee sleurden. Tot ik me bedacht dat ik dan slechts een tiental meter achteruit hoefde te gaan om ze rustig langs mijn knieën te voelen kabbelen. Op dat moment was het één van de vele rustgevende gedachten die ik als zelftherapie in elkaar knutselde. Niets deed me toen vermoeden dat ik het elke keer ik me daarna overspoeld zou voelen het me zou herinneren.